Het bestuur van het pensioenfonds is eindverantwoordelijk voor het beleid op pensioenbeheer en vermogensbeheer. Het bestuur behartigt de belangen van alle belanghebbenden.

Wat doet het bestuur?
Het bestuur stelt het strategische beleid vast. Binnen de door het bestuur vastgestelde strategische beleidskaders is het uitvoerend bestuur verantwoordelijk voor het maken en vaststellen van het beleid en de uitvoering en implementatie van het strategische beleid. Het niet-uitvoerend bestuur houdt toezicht op de uitvoering en implementatie. Zij treden onafhankelijk op en wegen in hun besluitvorming alle belangen evenwichtig af.
 

Hoe neemt het bestuur een besluit?
Het bestuur neemt een besluit als er een meerderheid voor is. De bestuurscommissies bereiden de besluiten voor en geven tijdens de bestuursvergadering uitleg over de voorstellen. Daarna neemt het bestuur een besluit.

Bestuurscommissies

Er zijn zes vaste bestuurscommissies:

1. vermogensbeheer en balansmanagement

2. communcatie

3. financiën en pensioenbeheer

4. pension fund governance

5. risicomanagement

6. juridische zaken

De bestuursleden vormen zelf de bestuurscommissies. Deze commissies adviseren het bestuur met betrekking tot de strategische beleidskaders. Aan de commissies wordt minimaal één extern lid toegevoegd.


Samenstelling en benoeming

Het uitvoerend bestuur bestaat uit vier voltijds professionals. Zij worden benoemd door het niet-uitvoerend bestuur.

Het niet-uitvoerend bestuur bestaat uit vier leden namens de werkgever, twee namens de medewerkers en twee namens de pensioengerechtigden en een onafhankelijk voorzitter. Deze bestuursleden worden voor maximaal vier jaar benoemd door de niet-uitvoerende bestuursleden, nadat de leden van het uitvoerend bestuur hun zienswijze daarover hebben gegeven. De bestuursleden mogen langer in het bestuur blijven als ze na maximaal vier jaar (na voordracht door de voordrachtscommissie) opnieuw worden benoemd. Na maximaal acht jaar treden de niet-uitvoerende bestuursleden in principe af, behalve als het in het belang van het pensioenfonds is dat een bestuurder nogmaals een zittingstermijn van vier jaar krijgt. Het bestuur moet deze tweede verlenging motiveren, bijvoorbeeld omdat het in het belang is van de continuïteit van het bestuur. De maximale zittingstijd voor een niet-uitvoerend bestuur is daarmee twaalf jaar.

Elke twee jaar treedt de helft van de leden af. De leden namens de medewerkers worden door de leden die de deelnemers vertegenwoordigen in het verantwoordingsorgaan aangedragen. De leden namens de pensioengerechtigden worden door de leden die de pensioengerechtigden vertegenwoordigen in het verantwoordingsorgaan aangedragen. Het bestuur stelt een voordrachtscommissie in. Deze commissie toetst de kandidaten en draagt geschikte kandidaten voor aan het niet-uitvoerend bestuur. De vier werkgeversleden worden voorgedragen door de Raad van Bestuur van ABN AMRO. De werkgever stelt één zetel namens hem ter beschikking aan een vertegenwoordiger van de vakbonden. Het niet-uitvoerend bestuur en het voltallige bestuur vergaderen onder leiding van de onafhankelijk voorzitter.

 

 

Samenstelling bestuur

Uitvoerende bestuursleden

  Mattijs Hooglander (voorzitter ad interim)

  Neoletta Poelgeest

  Rick de Rijk

   Maarten Roest

 

Niet-uitvoerende bestuursleden

 

 Joyce van Dorssen

Michel van Drie

 

 Hans van Horzen (onafhankelijk voorzitter)

 Madeleine Jacobs

 Kees de Pee
 

 Kitty Roozemond

 

 

 Fred Steenwinkel

 

 

Werkgeversleden:
Kitty Roozemond 
Michel van Drie

Werknemersleden:
Joyce van Dorssen
Madeleine Jacobs

Pensioengerechtigde leden:
Fred Steenwinkel
Kees de Pee