Tien jaar vóór je de pensioenrichtleeftijd (68 jaar), krijg je een bericht van ons. Hierin vragen we je om te kiezen welke soort pensioenuitkering je wil. Het pensioenkapitaal opgebouwd in de netto pensioenregeling kun je namelijk op twee manieren gebruiken. Je kunt kiezen voor een variabele netto pensioenuitkering van ABN AMRO pensioenfonds of voor een vaste netto pensioenuitkering bij een verzekeraar.


Variabele netto pensioenuitkering

Kies je voor een variabel netto pensioen? Dan blijven we na je pensioendatum doorbeleggen. Een deel van je kapitaal gebruiken we voor je maandelijkse pensioenuitkering, de rest beleggen we. Heb je op de pensioendatum geen partner? Dan gebruiken wij jouw netto pensioenkapitaal alleen voor je variabel netto ouderdomspensioen. 

De hoogte van de uitkering is variabel, deze kan per jaar verschillen. Dit is afhankelijk van het behaalde rendement, rentestand en de sterfteresultaten van de collectieve toedelingskring. Vanaf het moment dat je kiest voor doorbeleggen ga je (gedeeltelijk) deelnemen aan deze groep. Zo deel je gezamenlijk een aantal risico’s.

We keren je pensioen uit vanaf je AOW-leeftijd. Je kan ervoor kiezen om je pensioen eerder of later te laten ingaan. De pensioenuitkering stopt als je overlijdt.

We bepalen de hoogte van je netto ouderdomspensioen als volgt:

In het jaar dat je met pensioen gaat berekenen we hoeveel netto ouderdomspensioen en eventueel netto partnerpensioen wij op de pensioendatum met jouw opgebouwde pensioenkapitaal zouden kunnen kopen. Dit bedrag halen wij in maandelijkse termijnen uit jouw pensioenkapitaal. Dit ontvang jij als uitkering.


Vaste pensioenuitkering

Kies je voor een vaste netto pensioenuitkering? Dan kies je een verzekeraar waar wij het opgebouwde pensioenkapitaal aan overdragen. De verzekeraar keert elke maand een vaste netto pensioenuitkering uit.