ABN AMRO Pensioenfonds probeert elk jaar op 1 april de pensioenen aan te passen aan de prijsstijgingen in het voorgaande jaar. Het aanpassen van de pensioenen aan de prijsstijgingen noemen we indexatie.

De basis voor het vaststellen van de prijsstijgingen is de consumentenprijsindex – alle huishoudens (CPI), gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) van januari tot januari. Deze prijsindex volgt o.a. de prijsstijging van voedingsmiddelen, kleding, huisvesting en vervoer.

Het bestuur beslist of en in welke mate er indexatie wordt toegekend. De indexatie is voorwaardelijk. Een voorwaarde is dat de financiële situatie van het pensioenfonds ruimte biedt om indexatie te geven. De dekkingsgraad is een maatstaf voor de financiële positie.

ABN AMRO Pensioenfonds kijkt naar de toekomstbestendig indexeren dekkingsgraad (TBI), de beleidsdekkingsgraad en de economische dekkingsgraad. Bij de economische dekkingsgraad worden de waarde van de beleggingen en de waarde van de verplichtingen berekend met behulp van de actuele marktrente (rentestand per eind december van het voorgaande jaar).

Bij de beleidsdekkingsgraad wordt de waarde van de verplichtingen berekend met behulp van een rente die door DNB wordt bepaald. De TBI geeft aan bij welke hoogte van de beleidsdekkingsgraad volledig kan worden geïndexeerd. Dit is gebaseerd op het principe dat bij die hoogte volledige indexatie niet eenmalig, maar naar verwachting altijd kan worden gegeven.

Het bestuur heeft richtlijnen vastgesteld voor het toekennen van de indexatie. Hierbij is ook rekening gehouden met het behoud van de koopkracht op langere termijn en het beheersen van het risico op het verlagen van de pensioenen voor alle belanghebbenden. De richtlijnen voor indexatie gelden voor de basispensioenregeling en niet voor de netto pensioenregeling.

Richtlijnen:

  • De beleidsdekkingsgraad per eind december van het voorgaande jaar moet hoger zijn dan 110%.
  • Bij het indexatiebesluit betrekt het bestuur de gevolgen voor de economische dekkingsgraad om   te bepalen of indexeren verantwoord is.
  • Als er ruimte is voor indexatie dan kent het pensioenfonds eerst reguliere indexatie toe. De reguliere indexatie dient om de prijsstijgingen in het voorgaande jaar te compenseren. De mate van indexatie is afhankelijk van de verhouding tussen de beleidsdekkingsgraad en deTBI.
  • Wanneer de levensverwachting sneller stijgt dan eerder berekend, moet het pensioenfonds de pensioenen langer betalen. Er zijn dan meer voorzieningen nodig. Dit wordt eerst verrekend met de reguliere indexatie. De reguliere indexatie wordt dan minder.
  • Als er na het toekennen van de reguliere indexatie nog ruimte is, kan het bestuur een incidentele indexatie toekennen. Het pensioenfonds mag 20% van de buffer gebruiken voor incidentele indexatie. Een incidentele indexatie dient om in het verleden gemiste indexaties in te halen of in het verleden doorgevoerde verlagingen van het pensioen te compenseren.
  • Hieronder enkele versimpelde rekenvoorbeelden voor de volgende scenario's;

    volledige indexatie, gedeeltelijke indexatie en geen indexatie.

     

    https://www.abnamropensioenfonds.nl/abn-website/assets/File/scenariotabellenvolledig.jpg

 

 

https://www.abnamropensioenfonds.nl/abn-website/assets/File/scenariotabellengedeeltelijk.jpg

 

https://www.abnamropensioenfonds.nl/abn-website/assets/File/scenariotabellengeen.jpg

 

Het bestuur kan het beleid wijzigen of afwijken van bovengenoemde richtlijnen als de omstandigheden daar aanleiding toe geven. Bijvoorbeeld als de wet- en regelgeving verandert, door voorschriften van de toezichthouder of als dit in het belang is van de betrokkenen.